<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>30211876
                                                                                                     AANTEKENEN
                                                                                                      Aan het   College van Burgemeester                en
                    bezoekadres: Martinikerkhof            12
                                                                                                      Wethouders van Menterwolde
                                                                                                      t.a.v. de heer
                       postadres:                                                                     Postbus 2
                                                                                                      9849 ZG MUNTENDAM
           algemeen   telefoonnr:
               .
                 algemeen  faxnr: 050316 49 33
                                                       Datum                      6          SEP, 2012
     www.provinciegroningen.nl
                                     |
                                                       Briefnummer                ‚ 2012-38.746/386/A.8, RP
     info@provinciegroningen.nl                        Zaaknummer                 ‚ 390494
                                                       Behandeld door             :
                                                       Telefoonnummer             : (050)       SEZ
                                                       Antwoord op                ‚  uw  brief    van   27 maart 2012
                                                       Bijlagen                   172
                                                       Onderwerp                  ‚  Menterwolde beslissing op bezwaarschrift tegen GS-besluit
                                                                                                         -
                                                                                     d.d. 21 februari 2011 inzake uitvoering huisvesting
                                                                                    vergunninghouders, taakstelling 2011-1
                                                        Geacht     college,
                         STAT
                                                        Bij   bovenvermelde brief heeft             u  bezwaar   gemaakt tegen           ons   besluit    van
                                                        2% februari     2012, kenmerk 2012-08148/8/A. 20m, RP, waarbij is besloten in de
                                                        plaats van      de gemeente en op kosten van de gemeente te voorzien in de
                                                        huisvesting      van    5  vergunninghouders.
                                                        De    provinciale Commissie rechtsbescherming heeft                       ons op 18 juli 2012 over het op
                                                        uw    bezwaar te nemen besluit geadviseerd. Voor uw informatie treft u bijgaand aan
                                                        een afschrift van het advies met het bijbehorende verslag van de hoorzitting.
                                                        Wij merken op, dat ons besluit van 21 februari 2012 betrekking heeft op de
                                                        taakstelling 1° helft van 2011. Op 21 februari 2012 was er in huisvesting van
                                                        5 vergunninghouders door u nog niet voorzien. Inmiddels is die achterstand
                                                        ingelopen.
                                                        Dit laatste betekent dat er uwerzijds geen procesbelang meer is bij het nemen                            van
                                                        een besluit op uw bezwaarschrift. Wij hebben dan ook besloten om u niet-
                            GEDPUTR
                                                        ontvankelijk te verklaren in uw bezwaren.
                                                        Overigens complimenteren wij u met dit resultaat. Wij realiseren ons terdege,
                                                        dat het in de huidige situatie niet meevalt om de taakstelling te halen, temeer
                                                        daar het COA vaak geen kandidaten kan leveren voor de aangeboden woningen.
                                                        Ten overvloede brengen wij nog het volgende onder uw aandacht.
                                                        Ons besluit om in de plaats te treden van uw college is gebaseerd op artike! 60°,
                                                          ©
                                                             lid van de Huisvestingswet.
                                                        Dit wetsartikel luidt als volgt: /ndien burgemeester en wethouders geheel of
                                                        gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de verplichting, bedoeld in artikel 60,
                                                        eerste lid, voorzien gedeputeerde staten in de uitvoering namens burgemeester en
                                                        wethouders en ten laste van de gemeente.
                                                        Een besluit tot in de         plaats treden moet na vaststelling worden uitgevoerd; daartoe
                                                        staan aan ons        college verschillende instrumenten ten dienste. Een van de
                                                        beschikbare       uitvoeringsinstrumenten is het inschakelen van een extern bureau.
       06-HB-SG-001                 De provincie Groningen werki wok asnormen ie zijn vastgelegu in zen nandvert voor diersiverkining.
                                                                    ige
                                    Dit handvest vindt u op onze webeteol kunt u opvragen bij de efdslug Cvompicehe cn Kabinet, Publieksvoorlchting: DSI 3764160
                                                                                                                                                                     0000000023
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>30211876
         Wij voegen hieraan toe, dat het nimmer onze intentie is geweest om in alle
         gevallen een extern bureau in te schakelen.
         In eerste instantie gaan wij ervan uit, dat met de instelling van de zogenaamde
         taskforce de bestaande knelpunten kunnen worden opgelost en de achterstand
         kan worden weggewerkt. Voorwaarde is dat alle betrokken partijen bij de
         huisvesting van vergunninghouders actief bijdragen aan de realisering van de
         volledige taakstelling.
         Met inachtneming    van het voorgaande handhaven wij     ons    besluit van  21 februari
         2012.
         Op grond   van  de  Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen dit besluit binnen zes
         weken   na  de dag  van verzending beroep instellen bij de Rechtbank Groningen,
         Postbus 150, 9700 AD Groningen. Bij het instellen van beroep is aan de
         Rechtbank griffierecht verschuldigd.
                                          Hoogachtend,
                                          Gedeputeerde Staten      van   Groningen:
                                                                       ‚  voorzitter.
                                                                       ‚  secretaris.
                                                                                                  0000000024
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>30211876
                       |
                          >                        provincie
                     j
                         NE de groningen
                     Sne             St. Jansstraat 4
                     |
                         ile gd      Postbus 610
                     po           } 9700 AP
                                                                                                               Aan het    college van Gedeputeerde                 Staten
                                   |
                                     Groningen                                                                 van  de   provincie Groningen
            algemeen telefoonnr:     05031649 11
                 AFSS      EPA       050 316 49 33
      WWW. pfovinciegróningen. nl
                                        Nr: Awb       12-019-RP,12-023-RP, 12-025-RP,                                                                18        2012
                                                                                                                                   Groningen,             juli
      bg eianiegen DE
      ee                                              12-026-RP en 12-023-RP.
                                        Onderwerp:          Advies inzake de bezwaarschriften diverse Groningse gemeenten gericht
                                        tegen de      aan     hen gerichte beschikking waarbij is besloten om in de plaats te treden
                                        inzake de       huisvesting vergunninghouders                      per 1  april 2012.
                                        Geacht     college,
                                        1.  Inleiding
                                        Hierbij brengen wij u, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, lid 2, van het Reglement
                                        Commissie          Rechtsbescherming, advies uit naar aanleiding van de volgende
                                        bezwaarschriften.
                                        Gemeente Ten Boer
                                        Bezwaarschrift          ontvangen op 21 maart 2012, gericht tegen de beschikking van 21
                            LU          februari 2012, kenmerk 2012-08241/8/A.20m,                              RP, waarbij uw college heeft besloten in de
                            0           plaats van de gemeente en op kosten van de gemeente te voorzien in de huisvesting van
                                        8  vergunninghouders.
                            U)
                            —           Gemeente Menterwolde
                                        Bezwaarschrift          ontvangen op 29 maart 2012, gericht tegen de beschikking van 21
                            L           februari 2012, kenmerk 2012-08227/8/A.20m,                              RP, waarbij uw college heeft besloten in de
                            ©           plaats van de gemeente en op kosten van de gemeente te voorzien in de huisvesting van
                                        S vergunninghouders.
                            LJ
                                        Gemeente
                            44                            Bellingwedde
                                        Bezwaarschrift ontvangen op 28 maart 2012 en aangevuld óp 9 mei 2012, gericht tegen
                                        de beschikking van 21 februari 2012, kenmerk 2012-08148/8/A.20m,                                         RP, waarbij uw
                            u           college heeft besloten in de plaats van de gemeente en op kosten van de gemeente te
                                        voorzien in de         huisvesting       van    9  vergunninghouders.
                            Ó)
                                        Gemeente Oldambt
                            U)          Bezwaarschrift ontvangen op 29 maart 2012 en aangevuld op 3 mei 2012, gericht tegen
                                        de beschikking van 21 februari 2012, kenmerk 2012-08210/8/A.20m,                                          RP, waarbij uw
                            =           college heeft besloten in de plaats van de gemeente en op kosten van de gemeente te
                                        voorzien in de         huisvesting       van     12   vergunninghouders.
                            =
                            ©
                            ©)
       05-HB-£G-001a             Da  provincie Groningen   werkt volgens normen die  zijn vastgelegd in een handvast voor dienslverlening.
                                 nt handvest vmfl               vebsia ol kunt
                                                    u opn onze                 v opvragen   bij de akdeling Comunicatie en Kabinet, Publieksvoorlichiing: O50 3154160
                                                                                                                                                                          0000000025
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>30211876
           Gemeente Winsum
           Bezwaarschrift ontvangen 4 april 2012 en aangevuld op 25 mei 2012, gericht tegen de
           beschikking van 21 februari 2012, kenmerk 2012-08262/8/A.20m,         RP, waarbij uw college
         ‚
           heeft besloten in de plaats van de gemeente en op kosten van de gemeente te voorzien
           in de  huisvesting  van  9 vergunninghouders.
           Hierna wordt telkens gesproken      over ‘de gemeenten’.
           2. Procesverloop
           Bij brief van  14 december 2010 heeft uw     college de gemeenten bericht over de uitvoering
           van  de  taakstelling voor  de huisvesting van  statushouders per 1 juli 2010. Aangegeven is
           dat met de directeur-inspecteur VROM regio Noord, de huidige Inspectie Leefomgeving
           en Transport, is overeengekomen dat gemeenten die de taakstelling per 1 juli 2010 nog
           niet hebben gerealiseerd tot 1 april 2011 de tijd krijgen om deze achterstand weg te
           werken. Aangegeven is dat de taakstelling voor de tweede helft van 2010 en die voor de
           eerste helft van 2011 op 1 juli 2011 moet zijn gerealiseerd.
           Omdat de gemeenten op 1 juli 2011 nog steeds een achterstand hadden, heeft de
           betrokken gedeputeerde in de maanden september en oktober 2011 overleg gevoerd met
           de burgemeesters van de betrokken gemeenten. Met de gemeenten zijn afspraken
           gemaakt die erop gericht waren de volledige taakstelling uit te hebben gevoerd op 31
           december 2012. In februari 2012 heeft opnieuw bestuurlijk overleg plaatsgevonden
           tussen de provincie en de gemeenten. Tijdens dit overleg heeft uw college aangegeven
           voornemens zijn tot indeplaatstreding over te gaan. Met de besluiten van 21 februari
           2012 heeft uw college besloten daadwerkelijk tot indeplaatstreding over te gaan, met dien
           verstande dat de gemeenten een termijn wordt gegund tot 1 april 2012 om alsnog zelf te
           voldoen    aan hun  huisvestingsverplichting.
           Tegen    deze besluiten richten zich de bezwaren van de    gemeenten.
           De bezwaarschriften zijn op 15 juni 2012 behandeld op de hoorzitting. Ter voorbereiding
           op deze zitting heeft uw college verweerschriften ingediend. Van het horen is een verslag
           gemaakt dat is opgenomen als bijlage bij dit advies. In het verslag zijn de namen van de
           aanwezigen vermeld.
           3. Ontvankelijkheid
           De Kamer     overweegt dat de bestreden besluiten op 21 februari 2012 zijn verstuurd. De
           termijn   om een  bezwaarschrift in te dienen eindigde vervolgens op 3 april 2012. Alle
           bezwaarschriften zijn voor deze datum ontvangen, met uitzondering van dat van de
           gemeente Winsum, Laatstgenoemd bezwaarschrift is blijkens het stempel op 4 april 2012
           ontvangen. Het bezwaarschrift is gedateerd op 29 maart 2012 en op de envelop is geen
           stempel aangebracht waaruit blijkt wanneer het bezwaarschrift ter post aangeboden is.
           Het bezwaarschrift is verstuurd via Business Post. Op de website van dit bedrijf,
           ww. businesspost.nu, is aangegeven de postbezorging in het eigen bezorggebied van
           de vestiging plaatsvindt op de werkdag na ontvangst van de post. Voor post buiten het
           eigen bezorggebied geldt een overkomstduur van 24 tot 48 uur. Duidelijk is derhalve dat
           het bezwaarschrift uiterlijk 3 april 2012 ter post is bezorgd. Gelet op het bepaalde in art.
           6:9 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) is derhalve ook het bezwaarschrift van de
           gemeente Winsum tijdig ontvangen.
           Als geadresseerden van de besluiten zijn de gemeenten als belanghebbenden aan te
           merken. Omdat ook overigens aan de voorschriften van de Awb voor ontvankelijkheid
           wordt voldaan, ziet de Kamer geen beletsel om de bezwaren inhoudelijk te beoordelen.
                                                                                                        0000000026
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>30211876
         4.  Standpunt bezwaarmakers
         De bezwaren van de verschillende gemeenten komen in              hoofdlijnen  overeen en    worden
         hierna kort samengevat weergegeven.
                                                                           |
          Voorbereiding    en juridische onderbouwing:
         -
                De  juridische gronds!ag voor het besluit ontbreekt, hetgeen een schending van art.
               3:47 lid 2 Awb oplevert en het lastig maakt om het bezwaar goed te motiveren;
         -
                Het besluit is op onjulste wijze tot stand gekomen, omdat geen gelegenheid is
                gegund een zienswijze in te dienen hetgeen strijd oplevert met art. 4:8 Awb;
         -
                Het besluit is niet voorzien van een inhoudelijke onderbouwing. Er is niet
                aangegeven hoe de maatregel moet gaan werken en hoe deze een bijdrage moet
               gaan leveren aan een oplossing voor het achterliggende probleem. Dit is een
                schending van     het motiveringsbeginsel.
         Doelmatigheid:
         -
                De  gemeente heeft     wel degelijk alles gedaan wat in haar macht ligt om de
                huisvesting   te realiseren. Het  probleem is echter dat er geen kandidaten zijn voor de
               door de gemeente aangeboden woningen;
         -
                In verschillende gemeenten zijn intussen woningen toegewezen;
         -
                Het rijk heeft aangegeven dat het huidige systeem niet werkt en dat vanaf het najaar
               2012 een nieuwe werkwijze wordt toegepast, waarbij de woningen op een andere
                manier worden toegewezen. De gemeenten vragen zich daarom ook af waarom in
               de periode van juli tot oktober/november nog een dwangmiddel wordt ingezet.
         -
                De maatregel van uw college is niet effectief.
         Proportionaliteit:
         -
                De wijze waarop in de plaats wordt getreden is disproportioneel. Er zou ook sprake
               kunnen zijn van monitoring van de inzet van de gemeente en de aanlevering door
                het COA.
         De   gemeenten bastrijden niet dat sprake is van       een   achterstand in de  taakstelling. Wel
         geeft de gemeente Winsum          aan  dat in het bestreden besluit   een onjuist aantal is
         opgenomen.
         5. Standpunt van       uw   college
         Uw college wijst op de wettelijke verplichting van de gemeente, de taak van de provincie
         en  de [ijn van het nieuwe kabinet om verscherpt toe te zien op de naleving van de
         bepalingen in de Huisvestingswet. Ondanks alle inspanningen van de gemeenten zijn de
         resultaatsverplichtingen niet gerealiseerd, waardoor uw college niet anders kon dan ín
         deplaatstreden.
         6. Wettelijk    kader
         Relevante     bepalingen Huisvestingswet
         Artikel 604
         Voor de toepassing    van het in deze paragraaf bepaalde wordt verstaan onder;
         a. verblijfsgerechtigden: vreemdelingen die in Nederland op grond van een asielverzoek rechtmatig
         verblijf hebben als bedoeld in artike! 8, onderdelen a tot en met d, van de Vreemdelingenwet 2000;
         b, taakstelling: het aantal in opvangcentra of op gemeentelijke opvangplaatsen verkerende
         verblijfsgerechtigden In wer huisvesting per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden
         voorzien.
                                                                                                            0000000027
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>30211876
          Artikel 60b
          1. Burgemeester     en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van
          verblijfsgerechtigden in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling.
          2. Behoudens toepassing van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 60e, eerste lid, geldt als
                                                                                *
          taakstelling de uitkomst van de toepassing van de formule (a:b) c‚ waarin wordt voorgesteld:
          -
            met de letter a:
          het aantal inwoners van een gemeente volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek
          openbaar gemaakte bevolk!ngscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe
          het kalenderhalfjaar, bedoeld bij de [etter c‚ behoort, dan wel het in plaats daarvan op grond van
          het derde lid vastgestelde aantal;
          -
            met de letter b:
          het aantal inwoners    van Nederland volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek
          openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe
          het kalenderhalfjaar, bedoeld bij de letter c,‚ behoort;
          -
            met de letter c:                         ;
          het door Onze Minister    van Justitie in de Sfaafscourant bekendgemaakte totale aantal
          verblijfsgerechtigden in wier huisvesting in het bij die bekendmaking aan te geven kalenderhalfjaar
          naar verwachting zal dienen te worden voorzien.
          3. Gedeputeerde staten van de betrokken provincie of de betrokken provincies zijn bevoegd het
         aantal inwoners van een gemeente per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waartoe
          het kalenderhalfjaar, bedoeld in het tweede lid bij de letter c‚ behoort, vast te stellen voor de
          gemeenten die zijn betrokken bij een wijziging van de gemeentelijke indeling en waarvoor de datum
          van herindeling is gelegen op 1 januari van laatstbedoeld Jaar. Bij deze vaststelling wordt zo veel
          mogelijk rekening gehouden met de inwonertallen van de samenstellende delen van de bij een
          wijziging van de gemeentelijke indeling betrokken gemeenten, Een vaststelling per 1 januari van
          het in de eerste volzin eerstbedoelde jaar wordt vóór 1 oktober van dat jaar bekendgemaakt in de
          Staatscourant.
          4. De bekendmaking, bedoeld in het tweede lid bij de Ietter c‚ geschiedt ten minste dertien weken
          voor de aanvang van het kalenderhalfjaar waarop zij betrekking heeft.
          5. De met toepassing van de formule, bedoeld in het tweede lid, verkregen uitkomst wordt naar
          boven afgerond op sen geheel getal.
          Artikel 60c
          Gedeputeerde staten zijn bevoegd taakstellingen die volgen uit de toepassing van de formule,
          bedoeld in artikel 60b, tweede lid, te wijzigen, voor zover de verwezenlijking van het
          bovengemeentelijke ruimtelijke beleid of volkshuisvestingsbeleid of de samenhang tussen het door
          gemeenten gevoerde volkshuisvestingsbeleid dat vordert, met dien verstande dat de som van de
          aantallen verblijfsgerechtigden In wier huisvesting na die wijziging in de betrokken gemeenten
          tezamen dient te worden voorzien, niet afwijkt van de som van de aantallen die worden verkregen
          met  toepassing   van  de formule, bedoeld   in artikel 60b, tweede lid.
          Artikel 60e
          1. Indien burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de
          verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste lid, voorzien gedeputeerde staten in de uitvoering
          namens burgemeester en wethouders en ten laste van de gemeente,
          2. Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid plegen gedeputeerde staten overleg met
          burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente en stellen zij burgemeester en
          wethouders eon temijn, waarbinnen zij alsnog zelf In de uitvoering van de verplichting, bedoeld in
          artikel 60b, eerste lid, kunnen voorzien, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet. De termijn,
          bedoeld in de eerste volzin, bedraagt ten hoogste zes maanden gerekend vanaf het einde van het
          kalenderhalfjaar waarop die verplichting van toepassing was.
          3. Indien gedeputeerde staten geheel of gedeeltelijk nalaten uitvoering te geven aan de
          verplichting, bedoeld in artikel 60b, eerste Iíd, voorziet Onze Minister in de uitvoering van die
          verplichting namens gedeputeerde staten en ten laste van de provincie.
          4, Alvorens toepassing te geven aan het derde lid pleegt Onze Minister overleg met gedeputeerde
          staten en stelt hij gedeputeerde staten een termijn, waarbinnen zij alsnog in de uiivoerng van die
          verplichting kunnen voorzien, tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet. Het tweede lid is niet
          van toepassing.
          Artikel 60f
          1. Burgemeester en wethouders brengen binnen vier weken na afloop van het kalenderhalfjaar aan
          gedeputeerde staten verslag uit over de voortgang van de uitvoering van de verplichting, bedoeld in
          artikel 80b, eerste lid, met toezending van sen afschrift van dat verslag aan Onze Minister van
          Justitie. Burgemeester en wethouders verstrekken daarbij tevens inzicht In de maatregelen die
          worden voorbereid of zijn genomen teneinde geheel uitvoering te geven aan de bedoeide
          verplichting.
                                                                                                               0000000028
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>30211876
         2. Gedeputeerde staten brengen binnen acht weken na afloop van het kalenderhalfjaar aan Onze
         Minister gemotiveerd verslag uit over het al dan niet toepassen van artikel 80c of arikel 60e, eerste
         en tweede lid, met toezending van een afschrift van dat verslag aan Onze Minister van Justitie.
         Relevante      bepalingen Algemene wet bestuursrecht
         Artikel 3:4
         1, Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet
         uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking
         voortvloeit.
         2. De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet
         onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen,
         Artikel 3:46
         Een besluit dient te berusten op     een  deugdelijke motivering.
         Artikel 3:47
         1. De motivering wordt vermeld      bij de bekendmaking van het besluit.
         2. Daarbij wordt zo mogelijk vermeld krachtens welk wettelijk voorschrift het besluit wordt genomen.
         3. Indien de motivering in verband met de vereiste spoed niet aanstonds bij de bekendmaking van
         het besluit kan worden vermeld, verstrekt het bestuursorgaan deze binnen een week na de
         bekendmaking.
         4. In dat geval zijn de artikelen 3:41 tot  en met 3:43  van overeenkomstige toepassing,
         Artikel 4:8
         1, Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de
         beschikking nlet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen za! hebben, stelt het die
         belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien:
         a. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende
         betreffen,  en
         b. die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
         2. Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan    een wettelijke
         verplichting gegevens te verstrekken.
         Artikel 4:9
         Bij toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 kan de belanghebbende naar       keuze schriftelijk of
         mondeling zijn zienswijze naar voren brengen.
         Artikel 4:11
         Het  bestuursorgaan kan toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 achterwege [aten voor zover:
         a. de vereiste spoed zich daartegen verzet;
         b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te
         brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of
         c. het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende
         daarvan riet reeds tevoren in kennis is gesteld.
         7.  Overwegingen
         De Kamer ziet zich voor de vraag gesteld of uw college terecht en op juiste gronden heeft
         besloten tot indeplaatstreding. Hierbij stelt de Kamer vast dat          de achterstanden door de
         gemeenten niet zijn bestreden. Enkel de gemeente Winsum heeft aangevoerd dat in het
         primaire besluit een onjuist aantal is opgenomen. De Kamer beveelt uw college in het
         besluit op bezwaar ten aanzien van de gemeente Winsum nader te motiveren welk aantal!
         vergunninghouders het besluit betreft en op welke motivering dit aantal! is gemotiveerd.
         Voorbereiding en juridische onderbouwing
         De gemeenten wijzen er allereerst op dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid doordat
         de gemeenten niet in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze in te dienen. De Kamer
         overweegt dat de verplichting belanghebbenden voorafgaand aan een voor hen negatief
         besluit te horen is neergelegd in art. 4:8 lid 1 Awb. Op deze hoorplicht worden in het
         tweede lid van dit artikel en in art. 4:11 uitzonderingen gemaakt.
                                                                                                               0000000029
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>30211876
         De Kamer overweegt dat de      hoorplicht enkel geldt als de beschikking niet door de
         belanghebbende is aangevraagd, de belanghebbende naar verwachting bedenkingen
         tegen de beschikking zal hebben, de beschikking steunt op gegevens over feiten en
         belangen met betrekking tot de belanghebbende en deze gegevens niet door de
         belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt.
         In het onderhavige geval is de beschikking gebaseerd op gegevens over het aantal
         verblijfsgerechtigden die in de gemeenten zijn gehuisvest. Nu er op grond van art. 60f
         Huisvestingswet een wettelijke plicht geldt voor het college van burgemeester en
         wethouders om uw college over de voortgang van de uitvoering van de
         huisvestingsverplichting te informeren, was geen sprake van een verplichting voor uw
         college om burgemeester en wethouders van de betreffende gemeenten voorafgaand
         aan het nemen van de bestreden besluiten te horen. Burgemeester en wethouders
         verstrekken de relevante gegevens immers zelf aan uw college en in het geval zij dat niet
         hebben gedaan, geldt geen hoorplicht op grond van art. 4:8 lid 2 Awb,
         De Kamer acht de bezwaren op dit punt dan ook        ongegrond.
         De  gemeenten hebben aangegeven dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd.
         De Kamer overweegt dat uit art. 3:47 de Awb voortvloeit dat de motivering van een
         besluit zodanig moet zijn dat zij inzicht biedt in de gedachtegang van het bestuursorgaan.
         De  motivering moet begrijpelijk zijn en worden vermeld bij de bekendmaking van het
         besluit, zodat dan kenbaar en inzichtelijk is op welke gronden het besluit is gebaseerd.
         Volgens genoemd artikel moet worden aangegeven op welk wettelijk voorschrift het
         besluit berust.
         Aan  laatstgenoemd vereiste het vermelden van het wettelijke voorschrift is niet
                                        —
                                                                                       —
         voldaan. De bezwaren zijn op dit punt dan ook gegrond en de Kamer adviseert u dit
         motveringsgebrek in het besluit op bezwaar te herstellen.
         Op het bezwaar van de gemeenten dat geen inhoudelijke onderbouwing is gegeven,
         wordt hierna ingegaan.
         Doelmatigheid
         Volgens de gemeenten Is het niet doelmatig om de bestreden besluiten te nemen. Er is
         alles aan  gedaan om te voldoen aan de taakstelling en de wijze waarop de taakstelling
         wordt vastgesteld zal komend najaar veranderen. Ter zitting is namens uw college
         aangegeven dai bekend Is welke inspanningen de gemeenten hebben geleverd om aan
         hun taakstelling te voldoen en dat een probleem bij realisatie van de taakstelling het
         aanbod van vergunninghouders is. De Kamer overweegt dat in die zin uw college dan
         oock niet van mening is dat sprake is van taakverwaarlozing zoals door u in eerdere
         correspondentie richting de gemeenten is aangegeven.
         De Kamer    overweegt in dit kader dat art. 60e Huisvestingswet imperatief is geformuleerd
         en uw   college derhalve verplicht is om in te grijpen als gemeenten hun taakstelling niet
         realiseren. Naar het oordeel van de Kamer was       er dan ook geen  mogelijkheid voor uw
         college  om af te zien van indeplaatsstelling.
         De bezwaren op dit   punt zijn naar  de mening van    de Kamer dan ook   ongegrond.
         Proportionaliteit
         Hiervoor heeft de Kamer aangegeven dat uw college verplicht was om in de plaats te
         treden. Bij de wijze waarop dit moet gebeuren, bestaat er naar de mening van de Kamer
         enige ruimte voor uw college. De Kamer wijst erop dat in de parlementaire stukken bij de
         Huisvestingswet is aangegeven dat in concrete handhavingstraiecten kan blijken dat
         burgemeester en wethouders naar vermogen hebben geprobeerd om de voor hun
         gemeente geldende taakstelling uit te voeren, maar dat dat door omstandigheden buiten
         hun macht niet is gelukt. Volgens de minister zal in een dergelijke situatie, als ook
         wijziging van de taakstelling niet mogelijk is, mogelijk niet onverkort handhavend worden
                                                                                                    0000000030
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>30211876
         opgetreden door gedeputeerde staten of      het dagelijks bestuur (TK 2004-05, 29 566, nr. ©,
         nota naar aanleiding van het verslag).
         Gelet op het voorgaande is de Kamer van mening dat uw college als tot      indeplaatstreding
         wordt overgegaan moet kiezen voor een zo licht mogelijke variant.
         In de bestreden besluiten is het   volgende  opgenomen:
             “Daarmee is de situatie ontstaan dat wij in de plaats dienen te traden van de
             gemeente X. Dit betekent dat wij in uw plaats en op kosten van de gemeente zullen
             voorzien in de huisvesting van X vergunninghouders. Bij de uitvoering van deze taak,
             maken wij gaarne gebruik van uw werkorganisatie. Hierdoor worden ook de kosten
             laag gehouden. Ten aanzien van de uitvoering merken wij op dat wij tot 1 april 2012
             het ingezette versnellingsproces met de gemeentelijke fask force een kans willen
             geven.
             In geval de voortgang van dit proces op 1 april 2012 onvoldoende resultaat heeft
             opgeleverd, zullen wij overgaan tot het inschakelen van een extern bureau. De kosten
             van een en ander zullen wij aan uw gemeente in rekening brengen. U bent van dit
             voornemen op de hoogte gesteld tijdens ons overleg van X 2012”.
         Uit voorgaande formulering vloeit naar het oordeel van de Kamer voort dat na de aan de
         gemeenten gegunde begunstigingstermijn, de termijn tot 1 april 2012 om alsnog zelf aan
         de taakstelling te voldoen, een extern bureau wordt ingeschakeld. Dit is naar het oordeel
         van de Kamer, gelet op de inspanningen van de gemeenten en de problemen waar Zij
         tegenaan lopen, een te zwaar middel. Ter zitting is namens uw college ook aangegeven
         dat niet is bedoeld dat in alle gevallen daadwerkelijk een extern bureau zou worden
         ingeschakeld.
         De bezwaren op dit punt zijn naar de mening van de Kamer gegrond. De Kamer
         adviseert uw college de primaire besluiten te voorzien van een gewijzigde formulering,
         een en ander in overeenstemming met hetgeen u ter ziting heeft aangegeven.
         8.      Conclusie
         De Kamer is van mening dat de bezwaren van de gemeenten gegrond moeten worden
         verklaard als het gaat om het vermelden van de wettelijke grondslag in de primaire
         besluiten en de formulering van de besluiten over de inschakeling van een extern bureau.
         Ten aanzien van de gemeente Winsum dient, met in acht neming van het In het
         bezwaarschrift gestelde, nader gemotiveerd te worden welk aantal vergunninghouders.
         Voor het overige kunnen de bezwaren ongegrond worden verklaard.
         $.      Advies bezwaren
         De Kamer adviseert    uw college om de bezwaren van de gemeenten gegrond te verklaren
         voor zover   het gaat om het gaat om het vermelden van de wettelijke grondslag in de
         primalre besluiten en de formulering van de besluiten over de inschakeling van een
         extern bureau. De Kamer adviseert u deze motiveringsgebreken te herstellen bij de
         besluiten op bezwaar. Ten aanzien van de gemeente Winsum adviseert de Kamer uw
         college in het besluit op bezwaar nader te motiveren welk aantal vergunninghouders het
         besluit betreft. Na herstel van de motiveringsgebreken kunnen de besluiten in stand
         worden   gelaten.
                                                                                                       0000000031
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>30211876
         U dient uw  besluiten op bezwaar  zo spoedig mogelijk aan de gemeenten toe te zenden,
         met  medezending van dit advies  en  het bijbehorende verslag van de hoorzitting en met
         vermelding van de mogelijkheid van het instellen van beroep. De Kamer ziet graag twee
         afschriften van de besluiten op bezwaar tegemoet.
                                               Kamer | uit de Commissie  rechtsbescherming
                                                                                ‚ voorzitter.
                                                                                ‚ secretaris.
                                                                                                 0000000032
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>30211876
         Zakelijk verslag     van de openbare hoorzitting Kamer | uit de Commissie rechtsbescherming
         d.d. 15 juni 2012,   waarin aan de orde bezwaarschriften van 5 gemeenten tegen het ten aanzien
         van    hen genomen besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 21 februari 2012, betreffende
         uitvoering huisvesting vergunninghouders,
         Aanwezig:
              -
                  de heer A.H.M. Dölle, voorzitter
              -
                  de heer H.C.    Moll, lid
              -
                  mevrouw P. de Graaf Drijvers, lid
                                              -
              -
                  de heer J.H. Mastenbroek, lid
              -
                  Mevrouw                        secretaris
              -
                  mevrouw     BEEEZEEN ondersteuning
         Verschenen     zijn:
         Namens bezwaarmakers:
              -
                  de heer N.A. van de Nadort, burgemeester gemeente Ten Boer
              -
                  deheer                      gemeente Ten Boer
                  mevrouw                          gemeente Bellingwedde
              -
              -
                  de heer        ZEN
                                          Stichting Welzijn Oldambt
                                                gemeente Winsum
                                      ES
                                             gemeente Winsum
              -
                  deheer                    gemeente Menterwolde
         Namens    Gedeputeerde Staten:
              -
                   MEeVrouw
              .
                  de heer  BENEN
         Derde:
              -
                  de heer  BNF Centraal Orgaan                       opvang Asielzoekers
         De voorzitter    legt de gang       van zaken uit. Hij zegt te hebben begrepen dat de heer van der
         Nadort   namens     alle bezwaarden het bezwaar zal toelichten en dat de heer
         namens    het COA bereid is eventuele vragen te beantwoorden. Hij geeft de heer Van de Nadort
         het woord.
         De heer Van de Nadort            overlegt een pleitnota en leest die   voor (opmerking secretaris: deze
         pleitnota is aan dit verslag     gehecht en maakt hiervan deel uit).
         Mevrouw                     wil het verhaal van de heer van der Nadort aanvullen. Ze           zegt dat
         Gedeputeerde     Staten niet alleen in de plaats treden voor de taakstelling van de periode 2011-1,
         maar ook voor achterstanden In voorgaande perioden, Spreekster zegt dat de gemeenten van
         mening zijn dat Gedeputeerde Staten in die periode in de plaats hadden moeten treden en het
         niet achteraf moeten repareren. Indeplaatstreding met terugwerkende kracht is niet mogelijk. Ze
         geeft aan dat de gemeente Winsum in het aanvullend bezwaar heeft gezegd dat de beschikking
         niet zorgvuldig is voorbereid omdat niet alle relevante feiten erbij betrokken zijn. Spreekster
         geeft aan dat in het bezwaar verwezen is naar de handreiking van de VROM- inspectie, waarin
         wordt gezegd dat het in de plaats treden geen automatisme is. De wettekst is streng, een
         beschikking   moet    gemotiveerd worden,        de  juiste procedure doorlopen en er moet  Deoordeeld
         worden of in alle   redelijkheid    van  de  bevoegdheid gebruik   kan worden gemaakt.
         De voorzitter   vraagt de provincie om        een  reactie.
         De heer                         zegt dat Gedeputeerde Staten in alle besluiten waartegen bezwaar is
         gemaakt,   hebben vastgesteld dat er sprake is van een achterstand. Hij zegt dat de feitelijke
         aanwezigheid van de achterstanden niet is betwist. Alleen vanuit Winsum wordt gezegd dat het
         gaat om een minder grote achterstand dan dat de provincie aan het besluit ten grondslag heeft
         gelegd. Spreker zegt        dat naar     zijn opvatting in het besluit de beslissing is genomen dat
         Gedeputeerde Staten        in de    plaats treden van de gemeenten. De maatregelen die vervolgens
         ondernomen kunnen worden zijn geen onderdeel van dat besluit. Hij geeft aan dat het in deze
         zaak gaat om een achterstand die is opgelopen in het eerste halfjaar van 2011. In artikel 60e,
                                                                                                                 0000000033
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>30211876
         eerste [id, van de Huisvestingswet staat "treden Gedeputeerde Staten in de         plaats", dit houdt in
         dat er geen sprake is van een zgn. "kan"-bepaling, met enige beleidsruimte.        Spreker zegt dat dit
         een   belangenafweging uitsluit. In artikel 60e, eerste lid, van de Huisvestingswet staat dat als
         Gedeputeerde Staten niet in de plaats treden de minister voor zowel de gemeente als
         Gedeputeerde Staten in de plaats treedt. Dit is ook in overeenstemming met de bepaling van
         artikel 124, eerste lid, van de Gemeentewet. Hij zegt dat in deze bepaling staat dat als er niet of
         niet voldoende wordt gedaan in het kader van de medebewindstaken, Gedeputeerde Staten in
         de plaats treden. Volgens de heer BES
                                                         BS krijgen Gedeputeerde Staten met dezelfde
         problemen te maken als waar de gemeenten nu mee te maken hebben om aan de taakstelling
         te voldoen. Gedeputeerde Staten zullen in samenwerking met de gemeenten gaan kijken of het
         proces versneld kan worden. Volgens de heer BEENS                    ziet zrtike 4:3 van de Algemene
         wet bestuursrecht op het vooroverleg wat plaatsvindt voordat een besluit wordt genomen. Uit de
         dossiers blijkt volgens spreker dat in alle gevallen uitvoerig vooroverleg heeft plaatsgevonden
         met de gedeputeerde en de betrokken gemeenten. Volgens spreker is artikel 4:8 van de
         Algemene wet bestuursrecht niet geschonden. Er is ook opgemerkt dat de provincie de gewekte
         verwachtingen heeft geschonden, Spreker zegt dat uit de documenten van het dossier niet
         vastgesteld kan worden dat er verwachüngen gewekt zijn. Tot slot merkt de heer BEN
         EERS    op dat de wettelijke opdracht is dat zoveel mogelijk verblijfsgerechtigden gehuisvest
         moeten worden per gemeente. Er zijn niet altijd verblijfsgerechtigden beschikbaar om zich te
         vestigen in de gemeente. Hij zegt dat de provincie in overleg met de gemeenten en
         deskundigen van de gemeenten moet kijken of dit verbeterd kan worden. Maar voordat je dit
         goed kunt onderzoeken moet toch eerst het besluit genomen worden.
         De voorzitter vraagt    om een  reactie van  de heer
         De heer                     zegt  dat de taakstelling momenteel      te  hoog  is omdat de prognose
         waarop      de    taakstelling    gebaseerd      is   afwijkt van       het   daadwerkelijke      aantal
         vergunningverieningen.      Dit  heeft  te   maken    met   de   wijze   van  instroom en bepaalde
         nationaliteiten die geen vergunning krijgen. Spreker zegt dat er momenteel een voorstel ligt om
         de taakstelling, zoals die voor de tweede helft van dit jaar al aangekondigd is, te halveren. De
         rijksoverheid, die de taakstelling oplegt, probeert op die manier de aantallen te compenseren.
         Hij zegt dat de aanpak zoals die tot nu toe in Groningen is geweest, succesvol is. Spreker geeft
         aan dat de inspanningen van de Task Forces, die in de genoemde gemeenten actief zijn,
         resultaten hebben opgeleverd. Hij zegt dat ondanks alle uitvoeringsproblemen het mogelijk is
         om in ieder geval de lopende taakstellingen te realiseren, Het probleem zit hem voornamelijk in
         de achterstanden, die in het verleden zijn ontstaan.
         De heer Moll     zegt met interesse te hebben geluisterd naar het betoog van Gedeputeerde
         Staten,  maar   dat hem het gevoel bekruipt dat er een ander besluit verdedigd wordt dan waar
         het hier om gaat. Hij zegt dat als hij de besluiten leest, nadrukkelijk gesproken wordt over een
         bureau dat ingeschakeld gaat worden, maar tijdens de zitting wordt hier niet over gesproken.
         Spreker vraagt of er geen sprake meer is van het inschakelen van een bureau. Hij vraagt ook of
         de provincie haar positie ten opzichte van het besluit veranderd heeft omdat er gesproken wordt
         over het gezamenlijk aanpakken van het probleem, terwijl dit niet nadrukkelijk naar voren komt
         in het besluit.
         De heer                      zegt dat het besluit, zoals deze genomen is, de basis vormt        voor  de
         behandeling van    de bezwaarschriften.    Hij zegt dat in het besluit is opgenomen welke mogelijke
         instrumenten door Gedeputeerde Staten gebruikt kunnen worden om de taak van de
         gemeenten te verrichten. In de wettekst staat dat Gedeputeerde Staten op kosten van de
         gemeenten die taak gaan verrichten. Spreker geeft aan dat het kostenverhaal niet onbeperkt is
         en dat Gedeputeerde Staten op grond van het besluit tot het in de plaats treden niet alles
         kunnen doen. Er zit een zekere uitvoeringsdiscretie in. Hij geeft aan dat op het moment dat de
         provincie het besluit gaat uitvoeren bekijkt welk instrument het meest passend is.
         De heer Moll    vraagt of  het besluit nog niet ten uitvoer is gelegd omdat de heer
         praat  over een moment     in de toekomst. Hij zegt dat hij uit de woorden van de provincie begrijpt
         dat het gaat om een automatisch besluit. Als hij de motivering van alle afzonderlijke besluiten
         leest, dan komt volgens hem naar voren dat Gedeputeerde Staten de overtuiging hebben dat
         de gemeenten niet alles gedaan hebben wat ze hadden kunnen doen. Wat volgens spreker
         betekent dat het niet gaat om een automatisch besluit. Hij zegt dat de provincie per gemeente
                                                                                                                  0000000034
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>30211876
         heeft vastgesteld dat     ze niet alles hebben gedaan wat ze konden doen en op basis daarvan een
         besluit heeft genomen. Hij geeft aan dat het COA, de eigenlijke eigenaar van het probleem,
         anders denkt over het handelen van de gemeenten. Spreker wil graag de visie van de provincie
                                                                                                          |
         daarop horen.
         De voorzitter    geeft  aan   beide visies te willen horen.
         De heer                        zegt de Huisvestingswet uitgaat van een automatisme. Gedeputeerde
         Staten hebben      enige mogelijkheid met betrekking tot het tijdstip waarop een besluit genomen
         wordt.  Spreker zegt dat er gekeken is in hoeverre alle gemeenten de taakstelling op korte
         termijn zouden realiseren.
         Mevrouw                  zegt dat de    wet geen ruimte biedt. Ze     zegt dat wanneer gemeenten   de
         taakstelling niet gerealiseerd hebben, de provincie een half jaar uitstel kan geven om de
         taakstelling alsnog te realiseren. Spreekster geeft aan dat het hier gaat om de periode 2011-1
         en dat de provincie uitstel heeft verleend. De gemeenten hebben tot 1 januari 2012 gekregen
         om hun taakstelling te realiseren. Hierna moest de provincie een besluit nemen. Ze geeft aan
         dat er gekeken is waarom het niet gelukt is om de taakstelling te halen. Het is een andere
         gemeente     wel gelukt om aan te          tonen dat in   januari weer huurcontracten zijn getekend.
         Spreekster zegt dat gemeenten             een   logboek hebben bijgehouden. Gedeputeerde Staten
         hebben het besluit genomen om in de plaats te treden van de vijf gemeenten. In de besluiten
         staat niet letterlijk dat de provincie een externe bureau gaat inschakelen. Zij citeert de passage.
         Spreekster zegt dat de provincie weet welke problemen de gemeenten zijn tegenkomen en
         gelet daarop is nog geen extern bureau ingezet.
         De heer                      benadrukt dat het COA geen enkele positie heeft ten aanzien van het
         toezicht op het huisvesten van vergunninghouders. Het COA heeft enkel een faciliterende rol.
         Mevrouw De Graaf Drijvers zegt dat de Gedeputeerde Staten wettelijke verplicht zijn om in
                                  -
         de plaats te treden. Ze merkt op dat ze het vreemd vindt dat in de brief die gestuurd is aan de
         gemeenten data en termijnen worden genoemd, terwijl de provincie zich bij de hoorzitting zo
         ruimhartig opstelt. Ze wil graag weten waarom de brief zo geformuleerd is.
         De heer                        zegt Gedeputeerde Staten besloten hebben de gemeenten enige tijd
         te gunnen voordat op basis van die besluiten actief in de         plaats zou worden getreden. Spreker
         geeft aan   dat het prettig is dat er een bezwaarprocedure bestaat omdat de provincie door de
         ingediende bezwaren nog allerlei        nuances en   verbeteringen kan aanbrengen.
         Mevrouw         EEEN
                                 zegt dat een datum in de brief genoemd is om aan de gemeenten te laten
         weten waar ze aan toe        zijn, Ze zegt dat er afgesproken is dat er eerst nog doorgewerkt wordt
         met de Task Forces en als dat voldoende resultaten biedt, het externe bureau niet ingeschakeld
         hoeft te worden. Spreekster zegt dat de datum in de brief aangeeft wanneer de provincie gaat
         kijken of het werken met de Task Forces voldoende resultaten biedt,
         Mevrouw De Graaf        -
                                    Drijvers vraagt of de termijn die de provincie geeft om nader uitvoering te
         geven aan te    taakstelling en alsnog resultaten te behalen, lang genoeg is. Want per brief van 21
         februari wordt de termijn bekend gemaakt en de einddatum van de termijn is 1 maart.
                                 zegt dat de einddatum     van  de termijn 1 april is.
         De heer Mastenbroek vraagt of hij goed begrepen heeft dat er een andere gemeente is, die de
         taakstelling ook niet gehaald heeft, maar waar de provincie niet in de plaats treedt.
         Mevrouw                  zegt  dat dit klopt.
         De heer Mastenbroek vraagt om welke             gemeente het gaat.
         Mevrouw                  zegt dat het gaat om de gemeente Haren. Ze merkt op dat het proces tot
         indeplaatstreding wel      was gestart. Op 21 februari 2012 was duidelijk dat de gemeente Haren de
         taakstelling had behaald. Ze zegt dat het in plaats treden voor een periode waarin de
                                                                                                                0000000035
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>30211876
         taakstelling wel is gerealiseerd     vreemd is  en  daarom   afgezien   is van  het in plaats treden door
         Gedeputeerde Staten.
                                                                              ’
         De voorzitter merkt op te begrijpen dat er sprake is van een automatisme, dat de provincie in
         de plaats moet treden. Maar in artikel 124 van de Gemeentewet staat “niet of niet naar
         behoren" en daar zit een zekere weging in. Hij zegt dat het probleem altijd was, dat als de
         provincie niet ingreep, in de situaties waarin gemeenten niet naar behoren handelde, ze ook
         schadeplichtig was. Hij vraagt aan de heer Van de Nadort of hij in het bezwaar bedoelt, dat ais
         in de plaats treden moet omdat er verwaarlozing is geweest, de provincie in samenwerking met
         de COA moet gaan zorgen dat         er aanbod  van  verblijfsgerechtigde   komt.
         De heer Van de Nadort zegt dat hij heeft aangegeven dat het probleem aan de zijde van het
         aanbod van verblijfsgerechtigde ligt en niet aan de kant van het aanbod van woonruimte. Hij
         zegt dat de gemeenten, provincie, woningcorporaties en de Inspectie Leefomgeving en
         Transport samen in een Task Force zitten om het probleem op te lossen. Het probleem is alleen
         niet zo eenvoudig op te lossen omdat er onvoldoende aanbod is van verblijfsgerechtigden.
         Spreker geeft aan dat bij de gemeenten de keiharde zin: ‘als de voortgang van dit proces op 1
         april 2012 onvoldoende resultaat heeft opgeleverd, zullen wij over gaan tot het Inschakelen van
         een extern bureau. De kosten van een en ander zullen wij aan uw gemeente in rekening
         brengen’, uit het besluit van 21 februari in het verkeerde keelgat is geschoten. Hij zegt dat er
         nooit door Gedeputeerde Staten een brief is gestuurd waarin het toegelicht wordt dat deze
         formulering anders wordt ingevuld. De gemeenten zitten nog steeds met de situatie dat vanaf 1
         april 2012 iemand aan het werk is om huizen toe te wijzen aan verblijfsgerechtigden. Spreker
         zegt dat als de mensen van de achterstand nog in opvangcentra hadden gezeten, de
         gemeenten hen allemaal had gehuisvest. Maar er is een soort papieren werkelijkheid ontstaan
         die de gemeenten nu aan het bestrijden zijn.
         De voorzitter    zegt dat het bezwaar herkend is. Hij wil graag weten of de heer Van de Nadort
         suggesties heeft     hoe eventueel op een zinvolle wijze het in de plaats treden zou kunnen
         plaatsvinden.
         De heer Van de Nadort           geeft aan dat andere provincies het in de plaats treden hebben
         ingevuld door intensief overleg te plegen met de gemeenten, intensief te monitoren en intensief
         bestuurlijk overleg te plegen met het ministerie. Hij zegt dat ten aanzien van zijn gemeente en
         de andere gemeenten ook op deze manier invulling wordt gegeven aan het in plaats treden,
         maar het verschil hier is dat er bij hun een behoorlijke dreiging eroverheen hangt. Spreker denkt
         dat het nieuwe systeem, dat dit najaar inwerking treedt, beter gaat werken en meer inzicht geeft
         in wat er  wel en  niet kan.
         De voorzitter vraagt of de      provincie nog wil reageren.
         Mevrouw                 merkt op dat er een verschil van inzicht bestaat over wat nu precies het
         besluit is. Ze  zegt dat de provincie het besluit ziet als: ”de provincie moet in de plaats treden”
         en de gemeenten zien volgens spreker het besluit als: "er wordt een extern bureau
         ingeschakeld”, Ze geeft aan dat het inschakelen van een extern bureau door de provincie
         gezien wordt als invulling van het besluit tot het in plaats treden, Spreekster zegt dat de
         provincie voordat het besluit is genomen overleg heeft gehad met het COA en heeft gevraagd
         of de gemeenten voorrang mochten hebben bij de voordracht van kandidaten.
         De voorzitter zegt dat het helder is dat er een kans ligt op besluit op bezwaar            om een   aantal
         formuleringen eenduidiger te maken zodat er minder misverstanden ontstaan.
         De heer                       merkt op dat daarvoor die procedure bestaat.
         De voorzitter    zegt dat dit klopt en stelt voor de  hoorzitting te sluiten, tenzij de bezwaarden of de
         provincie nog iets wil zeggen.
         Mevrouw                      wil graag  nogmaals benadrukken hoe de brief van de provincie bij de
         gemeenten is overgekomen. Ze zegt dat           er uitgebreid gesproken is over het systeem en het
         probleem dat daarin zit. Spreekster geeft aan dat het bij de gemeenten zwaar is aangekomen
         dat het besluit gebaseerd is op zogenaamde taakverwaarlozing. Ze zegt dat de gemeenten
                                                                                                                    0000000036
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>30211876
         tijdens de hoorzitting duidelijk hebben aangegeven dat de gemeenten geen blaam treft qua
         taakverwaarlozing. Ze geeft aan dat dit onderdeel tijdens de hoorzitting onderbelicht is gebleven
         en dat ze dit nog even duidelijk naar voren wou brengen.
         De voorzitter zegt dat het ter kennisgeving    en verwerking  wordt aangenomen.     Hij dankt de
         aanwezigen voor hun komst en sluit de zitting.
                                                                                                           0000000037
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>30211876
                                                                                          loor
                                                                       Overgelege
                                                                        or     NA van de Nador
         M. de Voorzitter, leden     van  de commissie,
         Ter   verduidelijking van ons    bezwaarschrift wil ik graag 3 punten nader
         toelichten.
         Het gaat   ons om:
             -
                 Juridische  onderbouwing;
             -
                 Proportionaliteit en
             -
                 Doelmatigheid
         van   het door ons  bestreden besluit,
         Een korte   opmerking over de juridische onderbouwing:
         In haar brief van 21 februari 2012 melden       Gedeputeerde Staten (GS)   ons  dat een
         situatie ís ontstaan dat  zij in de plaats dienen te treden, De juridische
         achtergrond wordt in het besluit niet genoemd. Zelfs de grondslag voor dit
         besluit wordt niet genoemd dat vinden wij slordig.
         De  proportionaliteit:
         In het besluit wordt vervolgens     onmiddellijk gedreigd met de zwaarst mogelijke
         sanctie, In het licht van de bestaande situatie komt dat nogal wonderlijk op ons
         over, Wij denken dat dit niet in verhouding staat tot het probleem dat voorlicht.
         Ook hier wekt het besluit de indruk dat het wat ‘ondoordacht’ is genomen,
         Naar ons idee zou bijvoorbeeld een strengere montering van de voortgang veel
         meer voor    de hand  liggen. De suggestie voor deze oplossing komt overigens van
         de  vertegenwoordiger van de inspectie Leefomgeving en Infrastructuur, die
         zitting heeft in de Taskforce, een woordvoerder van het ministerie zelf. Hij
         meldde ook dat andere provincies soepeler om gaan met de in de plaats treding.
         Kortom de provincie is vrij in het kiezen van de vorm van in de plaats treding,
         dit kan ook in de vorm van extra monitoring en/of bestuurlijk overleg.
         Over de    doelmatigheid
         Het   gevoel van slordigheid bekruipt ons ook      als het gaat om de doelmatigheid
         van   het besluit van GS.
         Wij hebben een aantal jaren zonder resultaten woningen aangeboden. Het COA
         slaagde er kennelijk niet ín om statushouders te vinden voor de woningen in
          dorpen Ten Boer en Ten Post. Als gevolg daarvan zijn wij gestopt met actief
         aanbieden, maar we zijn altijd passief bereid geweest om statushouders te
          huisvesten.
         Na de oproep     van  de provincie   hebben  wij onze actieve rol in oktober vorig Jaar
          weer   opgepakt.  Er is een  taskforce opgericht en het overleg met de
          woningcorporatie Wierden en Borgen is geïntensiveerd. Alle vrijkomende
          huurwoningen in de dorpen Ten Boer en Ten Post worden aan het COA
          aangeboden. Tot op heden met beperkt resultaat. Van de 5 aangeboden
                                                                                                 0000000038
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>30211876
            woningen zijn er op dit moment voor l woning statushouders door het COA
            toegewezen. Voor I woning zijn er nu waarschijnlijk kandidaten. 1 woning
            staat nog ter beschikking van het COA. 2 woningen hebben wij na afspraak in
            de (askforce bij gebrek aan belangstelling verhuurd aan reguliere
            woningzoekenden.
            Om de schaal van het probleem wat duidelijker te maken. Als het COA voor alle
            woningen mensen had geleverd en we uitgaan van gemiddeld 2 bewoners per
            woning had de totale taakstelling nu nog uit 3 personen bestaan. Het probleem is
            dus niet de  aangeboden woonruimte,     maar het leveren  van voldoende
            statushouders.
            Verder is het  ons  volstrekt onduidelijk welke acties het externe bureau, wat door
            de provincie   op { juli aanstaande op onze kosten zouden moeten worden
            ingeschakeld,   moet gaan doen boven op de acties die wij nu al ondernemen. De
            medewerkers van de provincie konden ons desgevraagd hier ook geen antwoord
            op geven. In onze opvatting over handhavend optreden is het zo dat de
            maatregel die wordt opgelegd ook zonneklaar een oplossing biedt voor het
            opgetreden probleem. Wij constateren dat de provincie kennelijk niet heeft
            nagedacht over de effectiviteit van de dwang die zij oplegt. Dit lijkt ons een
            elementaire misser.
            Het ‘stoere’  optreden van de provincie klemt des te meer nu ook het ministerie
            heeft gezien dat het huidige systeem van het COA niet werkt en met een nieuwe
            werkwijze komt.
            Voorzitter, leden van de commissie, ik ben me bewust dat een commissie als de
            uwe zich meestal beperkt tot een advies over rechtmatigheid. Ik realiseer me
            natuurlijk ook dat de juridische tekortkomingen in het GS besluit kunnen
                                           |
            worden aangevuld.
         —
           Ik  vraag u daarom nadrukkelijk in  om     uw advies aan GS in  daarom           aandachtte OG
            besteden aan de doematigheid van dit besluit. Want juist in dat licht roept het
            optreden van cle provincie bij ons de nodige vragen op.
                                                                                                         0000000039
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>